|
Nieuws -
ICT
|
|
dinsdag, 13 maart 2012 15:14 |
|
De lancering van een nieuwe iPad gaat bij Apple steevast gepaard met een of meerdere nieuwe apps. Bij de iPad 2 waren dat iMovie en GarageBand, bij de new iPad (zonder versienummer voortaan) werd logischerwijs gekozen voor die andere iLife-toepassing uit Mac OS X, het fotoprogramma iPhoto.
Foto-apps zijn razend populair onder smartphone- en tabletgebruikers. Denk maar aan toepassingen als Hipstamatic, Camera+ en Instagram die vrijwel onafgebroken in de hitlijsten van Apples App Store vertoeven. Echt blij zullen de makers van die apps niet zijn met iPhoto: enkele uren na de release was de nieuwkomer al het meest gedownloade betalende programma uit de App Store, en het ziet er niet naar uit dat daar snel verandering in komt. iPhoto werkt zowel op de iPad (behalve op het eerste model) als op de iPhone 4(S). Zoals we gewend zijn van Apples eigen apps biedt de software veel waar voor relatief weinig geld (€ 3,99). Met functies om je kiekjes te organiseren, te bewerken én te delen mag je iPhoto gerust een totaaloplossing noemen. Ook voor zwaardere beelden van een professionele camera: de app ondersteunt foto’s tot liefst 19 megapixels.
Het edit-gedeelte van iPhoto maakt uitgebreid gebruik van zogeheten multi-touch gestures. Zo kan je met duim en wijsvinger niet alleen inzoomen op foto’s, maar ook beelden roteren en zelfs croppen (uitsnijden). Een leuke extra van het crop-gereedschap is trouwens de horizondetectie. Als de horizon scheef gefotografeerd werd, plaatst iPhoto hem eerst mooi recht alvorens het beeld uit te snijden. De kwaliteit van je foto’s verbeteren kan uiteraard met één druk op de knop, maar ook handmatig. Met de speciale vingerpenselen van iPhoto gaat dat zelfs erg gemakkelijk. Om een bepaald gebied lichter, donkerder, scherper of zachter te maken hoef je er met je vingertopje maar even overheen te wrijven. Nog knap zijn de speciale tools om de belichting, schaduwen en zelfs een huidskleur of het blauw van de lucht te finetunen.
Een foto-app is uiteraard niet compleet zonder een waaier aan effecten. iPhoto heeft er een heleboel, waaronder een hele straffe zwartwitfilter en verschillende fraaie verouderingseffecten. Alle handelingen zijn overigens non-destructief. Als je niet tevreden bent over het resultaat, kan je altijd terugkeren naar het origineel. Een handige functie om wat orde in je collectie te brengen, is de tool die automatisch gelijkaardige foto’s voor je opspoort en naast elkaar toont. Zo kan je er eenvoudig de mooiste beelden uitkiezen en de andere eventueel weggooien.
Uiteraard kan je je bewerkte foto’s meteen delen met anderen. Via Flickr, Facebook en Twitter, maar ook via de geheel nieuwe Verslagen-functie. Hiermee maak je in een handomdraai een leuke collage van je kiekjes, compleet met een kalender, een Google Map van de plek waar de foto’s gemaakt zijn en zelfs het weerbericht van die bewuste dag. iPhoto bewaart de Verslagen online in iCloud. Elk project krijgt een unieke URL die iedereen met een gewone browser kan bezoeken (klik hier voor een voorbeeld).
Helemaal perfect is iPhoto voor iOS evenwel nog niet. Sommige functies zitten naar onze mening iets te ver verstopt en de icoontjes zijn ook niet altijd even duidelijk - zeker niet op het kleine iPhone-scherm. |
|
Nieuws -
ICT
|
|
dinsdag, 13 maart 2012 19:43 |
|
Blogger Chris Pirillo had een even eenvoudig als geniaal idee: film je vader terwijl hij als één van de eersten een testversie van Windows 8 mag uitproberen, het nieuwe besturingssysteem van Microsoft dat straks op miljoenen computers ter wereld moet gaan draaien.
Het resultaat is, op zijn zachtst gezegd, ontluisterend. De man, een middelmatig ervaren computergebruiker zoals er tientallen miljoenen zijn op onze aardbol, slaagt er maar niet in om de basics van de nieuwe Windows-navigatie onder de knie te krijgen.
|
|
|
Nieuws -
ICT
|
|
dinsdag, 13 maart 2012 19:17 |
|
In deze hoogtijdagen van de burgerjournalistiek is het goed om weten dat er ook nog heel wat échte journalisten rondlopen die gedreven hun ding doen: goed opgeleid, door de wol geverfd en gewend om ethisch te handelen én om bronnen te controleren. Via de website PressPass.me kan je die professionele verslaggevers eenvoudig volgen, bijvoorbeeld omdat ze veel schrijven over de onderwerpen die jou interesseren.
PressPass is voornamelijk nog een Amerikaans onderonsje, maar ook daar heb je natuurlijk journalisten die over universele onderwerpen berichten als technologie, kunst, gezondheid en milieu. Bovendien gaat het om een ‘open live directory’: iedere journalist kan (via Twitter) een aanvraag indienen om te worden opgenomen in de database. Voor niet-journalisten is er dan weer een knop om hun favoriete verslaggevers aan te bevelen.
Je kan de geregistreerde journalisten op verschillende manieren terugvinden: op naam, medium of specialiteit. Klik je bijvoorbeeld op het icoon van The New York Times, dan beschik je meteen over de contactgegevens van 275 reporters die voor deze krant werken. Ben je vooral geïnteresseerd in zakelijk en financieel nieuws, dan zijn er 869 journalisten die in aanmerking komen om te volgen. Bij iedere reporter krijg je een bloemlezing van zijn/haar publicaties te zien evenals de artikels die zij zelf lezen en sharen. De profielpagina’s stellen je bovendien in staat om de journalist rechtstreeks te contacteren. Dat kan een krachtig instrument zijn als je zelf iets wereldkundig wil maken of een bepaalde kwestie aan de kaak wil stellen. Een echte journalist zegt nu eenmaal geen nee tegen een goede scoop. |
|
Nieuws -
ICT
|
|
donderdag, 15 maart 2012 14:01 |
|
Je weet het ondertussen wel: we zijn bij T-zine nogal fan van het soort panoramabeelden waarbij je als surfer ondergedompeld wordt in een stad en naar hartelust kunt beginnen zoomen en bewegen. Zo kregen we in het verleden al steden als Londen, Dubai, Parijs of Praag haarscherp in beeld. Maar waarom zouden we het altijd zo ver moeten gaan zoeken? Sinds kort kan je voor gigapixelplezier immers ook terecht in Gent.
Nee, niet de stad zelf verschijnt in beeld maar wel een van haar mooiste kunstschatten: het Lam Gods van Hubert en Jan Van Eyck. Ondertussen al bijna 600 jaar oud, maar nu dus definitief het digitale tijdperk binnengetreden dankzij de goede zorgen van het KIK, het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium.
Die relatief onbekende overheidsinstelling toont op de site Closer to Van Eyck het volledige kunstwerk in niet minder dan 100 miljard pixels. Het betekent dat je zo ver kunt inzoomen dat elk breukje in de verf haarscherp en levensecht op je scherm verschijnt. Navigeren is zoals gewoonlijk erg eenvoudig, al kan je in dit geval natuurlijk niet 360 graden rondkijken. Niet erg, want je krijgt er een onverwachte bonus bij: de site toont immers niet alleen foto's genomen onder gewoon licht maar ook nog eens infraroodbeelden. Je kan beide varianten bovendien naast elkaar op je scherm zetten, de site zorgt ervoor dat je links en rechts telkens hetzelfde stukje schilderij te zien krijgt.
Kunstliefhebbers die nog verder willen gaan kunnen dan ook nog eens aan de hand van infrarood reflectogrammen (IRR) en röntgenbeelden een kijkje nemen onder het verfoppervlak van het werk. |
|